Onderwijs en bedrijfsleven in gesprek

Onderwijs en bedrijfsleven: ‘‘We hebben elkaar nodig!’’

De rode draad van deze editie van Bouwen in het Noorden is de krapte op de arbeidsmarkt in de bouw- en installatiesector. Dit thema leverde aan de Ronde Tafel een boeiend gesprek op tussen onderwijs en bedrijfsleven. Met als wederzijdse conclusie: we hebben elkaar nodig!

Het nieuwe Van der Valk Hotel in Leeuwarden zorgde op 16 oktober voor een gastvrij onthaal van onze rondetafelgasten: Hans Schaeffer (opleidingscoördinator Bouwkunde NHL/Stenden), Jan Stavast (opleidingsmanager roc Friese Poort), Sophie Dijkstra (hr-manager Dura Vermeer, vestiging Hengelo) en Hans Baan (opleidingscoördinator De Groot Installatiegroep). Gespreksleider was Jurriën Hendriks.

Imagoprobleem

Centrale vraag tijdens deze lunchdiscussie is hoe onderwijs en bedrijfsleven ervoor kunnen zorgen dat er voldoende vakmensen beschikbaar zijn en blijven binnen de bouwsector. Welke kansen zijn er om de grote krapte op de arbeidsmarkt in deze sector het hoofd te bieden? Opleidingscoördinator Hans Baan meent dat thema’s als energietransitie en verduurzaming mensen weer zullen triggeren om aan het werk te gaan. ‘Dit soort innovaties maakt de markt aantrekkelijker. Die markt is een tijdlang hetzelfde geweest.’ Hans Schaeffer onderschrijft dit: ‘De bouw heeft toch een wat oubollige uitstraling. De jeugd wordt grootgebracht met games en ICT, logisch dat ICT dan hotter is. En de bouw wordt ook nog steeds geassocieerd met héél hard werken.’ Hij kan niet nalaten even te vermelden dat hij uit ervaring weet dat je als docent nóg harder moet werken. ‘En de bouw wordt geassocieerd met vies en koud werk, wat ook nog slecht verdient - hetgeen overigens niet klopt’, vult Jan Stavast aan.

Bij het hbo is het imago van de bouwsector minder negatief dan bij het mbo. Schaeffer merkt dat zich vooral gemotiveerde studenten aanmelden. ‘Sommigen kiezen heel bewust voor het werken op de bouw, anderen voor een kantoorbaan, of voor een mix.’ Baan ziet dat de bouw steeds meer naar concepten toegaat. ‘Je hebt daarvoor een heel ander soort bouwvakker, en ook een ander soort installateur en elektricien nodig. Alles is prefab. Dat maakt het werk misschien niet per se aantrekkelijker.’ Sophie Dijkstra is van mening dat vakmensen nodig zijn en blijven.

Instroom vanuit vmbo

‘Als Friese Poort gaan wij samenwerken met het vmbo om de leerlijnen af te stemmen, want daar is winst te behalen’, zegt Stavast. Friese Poort heeft al een flinke handreiking gedaan, door op de woensdagmiddagen hun nieuwe prachtig geoutilleerde gebouw in Leeuwarden open te stellen voor leerlingen en leerkrachten van het vmbo. ‘Ze kunnen dan aan de slag in het Centrum Duurzaam en in de werkplaatsen.’ Leerlingen kunnen zo alvast kennismaken met de mbo-omgeving. ‘Via Bouwen aan de Bouw vragen wij bijvoorbeeld aannemers om gastlessen te verzorgen, of om stages te regelen. De bouw is wel heel actief in het benaderen van het onderwijs, daar ben ik heel blij mee!’ Sophie Dijkstra reageert: ‘We hebben elkaar sterk nodig. Vanuit de bouw moeten we er hard aan trekken, en dat werkt alleen als je bij de school aansluit. Vanuit het vmbo meer instroom genereren is echt belangrijk.’

Schaeffer gaat liever nog een stapje verder: ‘Wij zijn van mening dat je al in het basisonderwijs moet beginnen met stimuleren.’ NHL/Stenden heeft goede ervaringen met participatie in het Technasium, en organiseerde vorig jaar in samenwerking met Bouwen aan de Bouw een speciale dag voor basisschoolleerlingen. ‘Dat is een geweldig succes geweest, dit soort initiatieven zouden er meer moeten komen’, aldus Schaeffer. Ook bij Dura Vermeer laten ze basisschoolleerlingen al even ruiken aan het werk in de bouw. Dijkstra: ‘We hebben onlangs een basisschool op de bouw gehad. Dat is een goede manier om de jeugd in aanraking te laten komen met de bouw.’

Elkaar versterken

Bij de De Groot groep is men - meer dan vroeger - veel strategischer bezig met het hr-beleid. Baan: ‘We kijken waar we naar toe willen als bedrijf, en welke mensen we daarvoor moeten aantrekken.’ Bij Dura Vermeer is het een tendens om onderwijsinstellingen actiever te benaderen. ‘Om te kijken wat we samen kunnen doen om voldoende leerlingen te houden’, legt Dijkstra uit. Het bedrijf werkt veel samen met onder andere Hogeschool Saxion. ‘We zijn actief op bedrijvendagen, verzorgen hier gastcolleges en zitten in de afstudeercommissie. We kunnen op kennisniveau iets toevoegen, bijvoorbeeld op het gebied van BIM, want die ontwikkelingen gaan heel snel. Voor het onderwijs is het lastig om bij te blijven.’ Baan denkt dat je met gastdocenten uit de praktijk ook weer leerlingen aantrekt. ‘Het is een win-winsituatie’, vindt Dijkstra, ‘het is belangrijk om de versterking van elkaar op te zoeken.’

Andersom zoekt NHL/Stenden ook nauwe interactie met het bedrijfsleven. Schaeffer: ‘We waren de eersten die begonnen met BIM, en zijn nu ook bezig met het 3D scannen van gebouwen met point clouds, maar ook met robotisering en printtechnieken.’ Hierbij zijn koplopers uit het bedrijfsleven nodig. ‘Maar er zijn maar een paar bedrijven die voorop lopen.’

‘Al in het basisonderwijs beginnen met stimuleren’ - Jan Schaeffer

Samen met aannemers

Roc Friese Poort zet Centrum Duurzaam in om samen met aannemers het onderwijs te maken. Niveau-4 studenten hebben bijvoorbeeld tien weken meegelopen bij een verduurzamingsproject dat Jorritsma Bouw heeft uitgevoerd voor Elkien. Stavast: ‘We beginnen vaak met een challenge, waarbij de leerlingen een opdracht krijgen. Op het eind moet er een productje liggen. We hebben zo’n project ook gedaan in de vorm van tiny houses, samen met Heijmans.’ De school wil een soort ‘raad van bedrijven’ rond het onderwijs formeren. Tijdens de eerste projecten waren er nog wel een paar leermomenten. Stavast: ‘Studenten moeten hun verwachtingen soms bijstellen, omdat het in de praktijk net even anders loopt dat wij het ze hebben verteld. En ze moeten zélf initiatieven nemen. Dat zijn dingen waar wij als onderwijs meer aandacht aan moeten schenken.’

Ambassadeurs

De Groot Installatiegroep is aangesloten bij roc Twente, vanuit Emmen bij het Drenthe College en in Groningen bij het Alfa College. Baan: ‘Je bent dat ook wel verplicht als je de slag niet wilt missen. Je moet er tijd en energie in stoppen. Als wij studenten vast willen houden, dan moeten onze mensen een goede ambassadeur zijn van ons bedrijf. Als bedrijf word je daar ook scherper van.’ Volgens Sophie Dijkstra moet de begeleiding van studenten dicht bij de techniek liggen. ‘Ik kan het vanuit mijn vak doen, maar voor de student is het interessanter als hij/zij begeleid wordt door iemand die inhoudelijk kan bijdragen. Gesprekken met stagiaires doen we ook in de lijn. Pas als het richting traineeship gaat, komt de hr-afdeling echt in beeld. Onze rol is ook om aansluiting te vinden bij bedrijven.’

‘Het moet niet bij praten blijven’ - Jan Stavast

Bijblijven

Innovaties volgen elkaar in hoog tempo op, zeker op het gebied van verduurzaming en (bouw)systematiek. Dijkstra: ‘Daarom is het ook belangrijk dat we als bedrijfsleven de ruimte krijgen om gastcolleges te geven.’ Bij NHL/Stenden gebeurt dat ook, weet Schaeffer. ‘Vragen uit het bedrijfsleven, maar ook voorstellen van studenten pakken we op. Zo is vorig semester een groep studenten bezig geweest met een innovatieve renovatieschil van biobased material, voor woningbouwvereniging Domesta. Dat soort projecten is geweldig om te doen!’

Hoe zorgt het onderwijs ervoor dat ze bijblijven bij al die ontwikkelingen? Schaeffer: ‘Bijna ons hele docententeam werkt ook nog in de praktijk. En studenten komen met nieuwe ideeën. Als ze daarmee echt aan de slag kunnen, brengen zij ook kennis in en wij hebben dan weer contact met het bedrijf dat daarachter zit. Dus wij leren ook van studenten, en studenten leren van ons. Zo komen we verder, als “zelflerend” programma.’ Schaeffer is erg blij met zijn NHL/Stenden-team. Gelukkig is tot nu toe de roep om personeel vanuit het bedrijfsleven nog geen reden voor de teamleden om hun docentencarrière stop te zetten. Volgens Baan heeft de docent niet langer de wijsheid in pacht. ‘Het is een wereld waarin we elkaar nodig hebben, we delen dingen met elkaar.’

Hybride docenten

Voor het mbo is op het gebied van de “hybride docent” nog wel een slag te maken. Stavast: ‘We zijn in gesprek met de hrm-afdeling van Friese Poort over hoe we mensen vanuit het bedrijfsleven kunnen krijgen voor ons onderwijs. Het zou mooi zijn als je stelstelmatig bij een module iemand voor gastlessen kunt inhuren, zodat je meer verbinding krijgt. We werken ook samen met het lectoraat Wendbaar Vakmanschap van NHL/Stenden. Samen met Marco Mazereeuw gaan we het hybride leren vorm geven. Dat houdt in dat studenten vanuit de praktijksituatie leerervaringen opdoen.’ Stavast zou graag de bureaucratie willen wegnemen. Hij wordt daarin bijgevallen door Baan: ‘Er zijn zó veel overleggen en activiteiten, als bedrijf ben je wel eens zoekende waar je wel of niet bij aan wilt haken.

Contact hebben en houden

Dura Vermeer is erg actief op het Saxion, maar zou graag meer doen. ‘We zouden wel graag kennis toe willen voegen bij andere scholen in ons werkgebied, maar het is soms lastig om de ingang te vinden.’ Een probleem dat Baan voor een deel herkent: ‘Als je contacten hebt, moet je actief blijven, anders wordt het lastig.’ Stavast erkent dat je gauw wordt opgeslokt door de waan van de dag. Hij bekijkt het probleem vanuit zijn onderwijsstandpunt: ‘Het bedrijfsleven wil altijd goed meewerken, maar je moet ze wel concrete vragen stellen, zodat ze weten op welke manier ze kunnen bijdragen. En het moet niet bij praten blijven.’ Hij zou willen voorstellen om een orgaan neer te zetten, waar onderwijs en bedrijfsleven elkaar voortdurend kunnen ontmoeten. Het lijkt erop dat Stavast op zijn wenken bediend wordt, want een week na het rondetafelgesprek werd bekend dat de RIF-aanvraag (regionaal investeringsfonds) voor het project Gas 2.0 is toegekend. GAS 2.0 is een initiatief van de noordelijke mbo-instellingen Drenthe College, Noorderpoort, Alfa-college, roc Friese Poort, Friesland College, Terra MBO en Nordwin College, in samenwerking met 45 regionale bedrijven en Hanzehogeschool Groningen. De Noordelijke provincies en diverse gemeenten ondersteunen het project, waarin wordt ingezet op duurzame alternatieven om landelijk de toonaangevende regio te blijven op het gebied van energie, ook na het dichtdraaien van de gaskraan. Deze energietransitie vraagt om veel nieuwe mensen in de duurzame energiesector en veel nieuwe kennis en vaardigheden van het personeel. Er wordt ingezet op drie pijlers: werving, onderwijsvernieuwing en een actieve ‘Community of Practice’ waarin bedrijfsleven, onderwijs en studenten samen kennis ontwikkelen en delen.

Lesgeven

Hans Baan: ‘Niet iedereen is geschikt om les te geven, maar we gaan wel met onze werkvoorbereiders en projectleiders in gesprek om dit op te pakken. De ideale situatie is toch wel dat je met één been in het praktijkleven staat, en met het andere been in het onderwijs, want dan kun je schakelen. Een docent die twintig of dertig jaar hetzelfde vak heeft gegeven, heeft denk ik geen aansluiting meer met het bedrijfsleven.’ Dura Vermeer heeft diverse medewerkers die een bijdrage leveren aan de kennisoverdracht richting studenten. Dijkstra: ‘Dat zijn ook de mensen die op een school vanuit de techniek kunnen vertellen. Onze BIM-manager is bijvoorbeeld vaak aanwezig op het Saxion, als ze daar vragen hebben over BIM, dan bellen ze hem.’

‘Belangrijk dat bedrijfsleven de ruimte krijgt om gastcolleges te geven’ - Sophie Dijkstra

‘Onze mensen moeten een goede ambassadeur zijn’ - Hans Baan

Hoe bereik je de student?

Dijkstra loopt er tegenaan dat op elke school onderwijs en stages weer op een andere manier worden georganiseerd. Ook de toegang tot studenten verloopt per school verschillend. Bij sommige scholen gaat dat via Facebook, andere scholen hebben hun eigen systeem. Dat maakt het lastig om met de scholen in gesprek te blijven, vindt ze. Baan merkt wel dat scholen flexibeler worden. ‘Soms bellen we wel eens op omdat we een student nodig hebben. Als het dan geen stageperiode is, valt er tegenwoordig nog wel eens wat te schuiven.’

Baan zou het een goede zaak vinden als er één grote stagesite zou komen, waar vraagstukken op kunnen worden geplaatst en waarop je kunt zien wanneer welke school een stageperiode heeft. Stavast weet dat dit voor de bouwsector in Friesland al gerealiseerd is in de vorm van Bouwloket. Dura Vermeer werkt samen met Bouwmensen, dat een groter werkgebied bestrijkt dan Bouwloket, maar in het noorden geen grote dekking heeft. ‘Als we zoals nu een project in Beetsterzwaag hebben, moet ik een andere ingang zoeken’, vertelt Dijkstra. Daarbij komt dat de reisbereidheid onder mbo-studenten niet groot is. Baan heeft daar wel begrip voor: ‘Zeker als ze ’s ochtends om 7 uur ergens moeten beginnen en ze moeten met het openbaar vervoer.’ Bij het hbo ligt dit wat anders, daar studeren studenten af op Mauritius of in Duitsland. ‘Maar er is een hele categorie die het liefst bij de aannemer om de hoek zit’, weet Schaeffer. ‘Meer dan de helft blijft dichtbij huis, tussen 5 en 10% wil naar het buitenland.’

Personeel vasthouden

Dijkstra: ‘Er is krapte in de markt, maar gelukkig hebben we ook dit jaar weer een aantal goede mensen kunnen aannemen. We hebben een loyaal en betrokken personeelsbestand, met een mooie mix van startende en ervaren professionals. Als je organisatie een bepaalde omvang heeft, kun je medewerkers ook kansen bieden om door te stromen, mensen verantwoordelijkheid geven en de vrijheid om zelf dingen te doen.’ Dura Vermeer Hengelo heeft in 2016 de organisatie horizontaler ingericht, en werkt in stromen van ongeveer vijftien mensen. Alle functionarissen - van ontwikkelaar tot uitvoerder - zijn gekoppeld aan een stroom, die feitelijk een soort mini-bv’tje binnen het bedrijf is. ‘In zo’n stroom worden ongeveer tweehonderd woningen per jaar gerealiseerd. Het is een zelfsturend team, zonder hiërarchisch leidinggevende. Dat was wel even wennen, maar we zien dat mensen het oppakken. We zijn er van overtuigd dat dit ook een stukje aantrekkingskracht richting de markt heeft. De nieuwe generatie heeft het wel nodig om gecoacht te worden, maar wil zelf ook meer verantwoordelijkheid nemen.’

Prachtige toekomst

Schaeffer, met zijn jarenlange ervaring zowel in de aannemerij als in het onderwijs, sluit deze Ronde Tafel af met een positieve beschouwing: ‘Er gebeurt zoveel om ons heen, het is zó boeiend voor degenen die lesgeven én voor degenen die les krijgen. Er ligt een prachtige toekomst voor iedereen!’